• "Alles is altijd hetzelfde,"

    "Alles is altijd hetzelfde," zegt mijn
    oudste zusje. "De lucht is altijd blauw,
    met soms een beetje wit, en het gras is
    altijd groen. Nooit eens een keer rood.
    Of oranje!"
    "Wij zijn ook altijd hetzelfde," ant-
    woordt mijn tweede zusje. "We hebben altijd
    dezelfde jurk. En dezelfde schoenen. En we
    spelen altijd dat we iemand anders zijn . . . "
    "Misschien moeten we even doodgaan," zegt
    mijn oudste zusje opnieuw. "Heel even maar.
    En dan komen we terug. Dan is alles weer
    nieuw!"
    We staren naar onze gebarsten schoenen in
    het groene gras.
    "We kunnen net doen alsof we dood zijn,"
    stel ik voor.
    "Dat telt niet," zegt mijn oudste zusje.
    "Het moet echt!"
    Onze grootmoeder staat achter in de tuin.
    Ze staat daar maar. Ze werkt niet. We zien
    haar witte haren. En een stuk van haar ge-
    bloemde schort. Boven aan de hemel drijven
    rustige witte wolken. Rond het witte wol-
    kenpak zijn de wolken water. Grijs en leeg
    als de zee.... more »

  • "Everything is always the same,"

    "Everything is always the same," says my
    eldest sister: "the sky is always blue
    with sometimes a bit of white and grass is
    always green. It is never red.
    Never orange!"
    "We too are always the same," answers
    my second sister. "We always have
    the same dress. And the same shoes. And we
    always play at being somebody else . . ."
    "Perhaps we should die for a moment," says my
    eldest sister again. "Just for a moment
    and then we'll return. Then everything will be
    new again!"
    We stare at our cracked shoes in the
    green grass.
    "We could play at being dead,"
    I suggest.
    "That doesn't count," my eldest sister says.
    "It has to be real!"
    Our grandmother is at the bottom of the garden.
    She just stands there. Not working. We see
    her white hair. And part of her
    floral apron. Up in the sky float
    peaceful white clouds. A white bank of clouds
    surrounded by rain. Empty and grey
    like the sea.... more »

  • MARRIAGE

    Her head has become too small for her,
    but she finds television fantastic!
    The Pope is fantastic! He kisses the ground,
    softly like a moth. Every week she sends him
    a letter: ‘Pope, Rome'.

    He has the old face of a small boy,
    and he dreams about love. Every morning
    he does the crossword in the newspaper
    and then urges himself on to the order of
    the day.

    Together they have a little kitten which lost
    an eye to a stone thrown from a
    catapult.... more »

  • A little girl, Bee learns a new language

    A little girl, Bee learns a new language
    at school. Words she did
    not know existed, are much softer
    than the dialect of her birthplace.
    ‘Violin. Shadow. Echo.' She discovers
    a barrel of secrets. Not just the name,
    but also the appearance of things
    changes. ‘Mother' becomes a
    big lady. Words touch on a
    deep longing in herself about which,
    she might already know, there's little is to be
    done. A daydreaming, an inexplicable
    stiring, a language which
    takes the breath away. Snow twinkles, a river is
    silent, a waterfall crashes down,
    lightning strikes. Bee takes the books
    home and reads them at the kitchen table.
    In the same space her brothers
    and sisters play. There is a zinc tub
    where her mother is doing the washing. Slosh.
    The slop of a mop. When Bee
    reads out the words her voice
    changes. She picks up the book and goes
    outside with it. Leaving the others with
    strange impressions. She knows it.

    The snow-covered grass twinkles in
    the sunlight. A gossamer fine feather
    sticks with its point into the frozen ground. Bee pulls it
    out. Its point breaks off. With the stump
    she draws lines in the snow. The lines interrelate,
    as if automatically, become
    letters. She bends so often, so deep
    as to get dizzy. The feather in her hands
    seems to come to life, a small bird, the
    lone witness of silent letters.
    Silence. That is silence. Covered
    with snow and ice.... more »

  • A young mother, dark haired

    A little girl, Bee learns a new language
    at school. Words she did
    not know existed, are much softer
    than the dialect of her birthplace.
    ‘Violin. Shadow. Echo.' She discovers
    a barrel of secrets. Not just the name,
    but also the appearance of things
    changes. ‘Mother' becomes a
    big lady. Words touch on a
    deep longing in herself about which,
    she might already know, there's little is to be
    done. A daydreaming, an inexplicable
    stiring, a language which
    takes the breath away. Snow twinkles, a river is
    silent, a waterfall crashes down,
    lightning strikes. Bee takes the books
    home and reads them at the kitchen table.
    In the same space her brothers
    and sisters play. There is a zinc tub
    where her mother is doing the washing. Slosh.
    The slop of a mop. When Bee
    reads out the words her voice
    changes. She picks up the book and goes
    outside with it. Leaving the others with
    strange impressions. She knows it.

    The snow-covered grass twinkles in
    the sunlight. A gossamer fine feather
    sticks with its point into the frozen ground. Bee pulls it
    out. Its point breaks off. With the stump
    she draws lines in the snow. The lines interrelate,
    as if automatically, become
    letters. She bends so often, so deep
    as to get dizzy. The feather in her hands
    seems to come to life, a small bird, the
    lone witness of silent letters.
    Silence. That is silence. Covered
    with snow and ice.... more »

  • Een jonge moeder met donker haar staat

    Een jonge moeder met donker haar staat
    bij het fornuis. Een korte, met de hand
    genaaide schort, gekruiste banden over
    haar rug. De tint van zeep. Het licht
    is aangenaam, het soort licht dat geen
    pijn doet aan je ogen. Tegen de muur ach-
    ter de tafel staat een lage bank, en er
    is zo weinig ruimte dat de kinderen naar
    hun plaats moeten klimmen. Aan de andere
    kant staan de stoelen van de volwassenen,
    in een rechte lijn, alsof ze vol overgave
    spelen dat ze soldaat zijn, of kapitein.

    De vader heeft een tas, die hij vastmaakt
    aan de stang van zijn fiets. Elke ochtend
    gaat hij om acht uur door de fabriekspoort,
    en 's avonds weer terug naar huis. Op zon-
    dag haalt hij uit de tas een pen met vier
    kleuren en een stapel papier. Dan maakt
    hij de roosters voor de continudiensten.
    Het is niet gemakkelijk de vader in de
    ogen te kijken.... more »

  • Het kleine meisje Bee leert op school

    Het kleine meisje Bee leert op school
    een nieuwe taal. Woorden waarvan ze het
    bestaan niet kende, die zoveel zachter
    klinken dan het dialect van haar geboor-
    teplaats. ‘Viool. Schaduw. Echo.' Een
    vat vol geheimen ontdekt ze. Niet alleen
    de naam, maar ook het uiterlijk van de
    dingen verandert. ‘Moeder' wordt een
    grote vrouw. De woorden raken aan een
    diep verlangen in haarzelf, waarvan ze
    misschien al weet dat daar niet veel aan
    te doen is. Een dagdromen, een onverklaar-
    bare opwinding, een taal die de adem be-
    neemt. Sneeuw schittert, een rivier is
    stil, een waterval stort neer, bliksem
    komt naar beneden. Bee neemt de boekjes
    mee naar huis en leest ze, zittend aan
    de keukentafel. In dezelfde ruimte spelen
    haar broertjes en zusjes. Een zinken teil
    staat waar haar moeder de was doet. Geplas.
    Het morsen van een dweil. Als Bee de woor-
    den hardop uitspreekt krijgt ze een andere
    stem. Ze pakt het boek op en loopt ermee
    naar buiten. Vreemde sporen laat ze achter
    bij de anderen. Dat weet ze.

    Het met sneeuw bedekte gras schittert in
    de zon. Een ragfijne veer steekt met zijn
    punt in de bevroren grond. Bee trekt hem
    eruit. De punt breekt af. Met de stompe
    kant trekt ze strepen in het wit. De
    strepen krijgen als vanzelf een onderling
    verband, worden letters. Zo vaak en zo
    diep buigt ze naar de grond dat ze er dui-
    zelig van wordt. De veer in haar hand lijkt
    tot leven te komen, een kleine vogel, de
    enige getuige van de zwijgende letters.
    Zwijgen. Zo is het zwijgen. Daar ligt
    sneeuw op en ijs.... more »

  • HUWELIJK

    Haar hoofd is haar te klein geworden,
    maar de televisie vindt ze fantastisch!
    De paus is fantastisch! Hij kust de grond,
    zacht als een mot. Elke week stuurt ze hem
    een brief: ‘Paus, Rome.'

    Hij heeft het oude gezicht van een jongetje,
    en hij droomt van de liefde. Elke ochtend
    vult hij de kruiswoordpuzzle in uit de krant,
    en daarna dwingt hij zichzelf tot de orde van
    de dag.

    Samen hebben ze een klein katje dat een oog
    is kwijtgeraakt door een steentje uit een
    katapult.... more »

  • Twee kraaien. Een man en een vrouw

    Twee kraaien. Een man en een vrouw, hand
    in hand. Een oude man, gewend aan zijn
    stok. Enkele meters verderop twee hoge
    bomen, hun takken haken in elkaar. Samen
    is wat ik zie. Samen is wat ik denk.
    Tussen de tegenover elkaar liggende huizen
    het voortdurend veranderende en toch altijd
    gelijkblijvende water van de rivier. Schepen
    groeten elkaar. Kort. Lang.

    Mijn ogen zien niet in het donker, liefje.
    Enkelvoudige pijn. Enkelvoudig verlangen.
    Wie mij wil, mag mij nu hebben!

    Vertel me van kleine beer.
    Kleine beer. 0, alle verhalen over hem zijn
    van een tere droefheid. Dagen die aan vroe-
    ger doen denken. Je ligt in het warme gras.
    Je vergeet te spelen. Je droomt. Geen andere
    bloemen dan de kleine meizoentjes. Op de hoed
    van je moeder wuiven zachte veren . . .... more »

  • Two crows. A man and a woman

    Two crows. A man and a woman, hand
    in hand. An old man accustomed to his
    stick. A few yards away, two tall trees
    their branches entwined. I see
    togetherness. I think, togetherness.
    Between the houses facing each other
    the water of the river always changing
    yet always remaining the same. Ships
    say greet each other. Short. Long.

    My eyes can't see in the dark, love.
    Plain aching. Plain longing.
    Whoever wants me, can have me now!

    Tell me about little bear.
    Little bear. There is a tender sadness
    in all the stories about him. Days which make you
    think of the past. You lie in the warm grass.
    You forget to play. You dream. There are
    no other flowers just daisies. On your mother's hat
    soft feathers wave . . .... more »