• A REBÉTIKO FOR FRANS VAN HASSELT

    this morning I stood in the empty kitchen
    and cleared up things before I went away

    there was half a bottle of olive oil left and 1 lemon
    that is too much lemon

    yorgos the cat jumped on the sill
    and looked at me with amber-coloured eyes
    an odourous fish head is the sweetest
    the colours of the sky are the colours of the sea
    and the rain vaporises before meeting the street

    I didn't finish the retsina bottle
    I didn't clean the knife from Crete

    the bouzouki player sang: where does love go to when it disappears
    and I hummed along with the soft melody

    perhaps tonight Kim has gone dancing with that young man from the bar
    perhaps at full moon although Greeks don't care about that

    there was half a bottle of virgin olive oil left and 1 lemon
    that is too much lemon

    where does love go to when she disappears
    the gate does close the gateway not the look... more »

  • DE WET VAN BEHOUD VAN ENERGIE

    de dag ging open en de kamer was een slagveld
    glazen versplinterd en een omgevallen wijnfles
    de spiegel duizendvoud, de vaas met rozen
    een voltreffer die bloedend tussen kranten
    gordijnen losgescheurd, en de tv nog aan
    mijn bril in stukken naast de glazen tafel
    die, vreemd genoeg, nog heel was

    zwarte zwanen, groene zwanen
    wie gaat er mee naar elfenland varen
    elfenland is gesloten
    de sleutel is
    oh kijk, het werkwoord schreeuwen is gebroken, halve zinnen
    zijn diep in het tapijt getrapt
    of met een vinger op de ruit geschreven

    ik ga weg, hoor je me, en ik kom nooit meer terug
    als je niet opzij gaat, ga ik slaan, sla dan, je sloeg
    een gat
    ik zag ver door de opening de nacht
    in 1942, toen mijn vader fietste
    van Den Haag naar Eindhoven, ontweek de Duitse linies
    om zijn vrouw te kunnen zien
    een liefde voor een leven dat te kort was
    hij zat een kwarteeuw later aan haar bed, zij was nog jong, en stierf
    ik zie hun handen, in de dood verstrengeld
    haar ogen brekend onder zijn gezicht
    maar hoe hij thuiskwam in die winternacht
    in de bezetting, gevangen en geslagen
    en ondervraagd, we wisten later nooit
    of hij verrader of verraden was
    bijna zijn hele knokploeg werd gefusilleerd
    hij droeg het in zijn lichaam met zich mee
    in ruggenwervels, stukgebeukt, dezelfde diepe breuk

    die jij sloeg, die nacht

    de zilveren ketting viel tussen mijn kleren uit
    in een hoek van de gang lag de zilveren hanger
    die je bij Taurum speciaal had laten maken

    de relatie is stuk maar de liefde niet, zei mijn kind nuchter
    mijn liefde is nooit stuk, want
    "de criticus houdt van het gedicht over de rode beuk
    maar de dichter houdt van de rode beuk"

    vraag me wat je wilt, had ik gezegd
    ik kan alles weggeven, mijn halve hele koninkrijk, mijn lichaam
    alleen niet mijn talent, want dat heb ik te leen

    toen vroeg ik je, waar was je, en je schreeuwde urenlang
    toen vroeg ik, maar jij was er niet, jij was die nacht
    afwezig, maar de nacht was overal
    zoals bloed en zweet en braaksel en snot, en meer bloed

    als de situatie onhoudbaar wordt
    vallen de meeste mannen in slaap

    in de ochtend lag je in de kamer op de grond
    alsof de wereld draaide en in onschuld
    je de nieuwe dag dromend wou afwachten
    maar je droomde niet, je sliep
    toen wekte ik je, en zei, ga uit mij weg
    als ik niet veilig in mijn lichaam ben
    wordt de grammatica onsamenhangend
    verdwijnt het voegwoord tussen aarde, taal en bloed

    ga weg
    geef mij de sleutels terug van liefde en van angst
    wanneer ik zelf de breuk ben, ben ik heel

    en zo
    is mijn geschiedenis
    ook jouw geschiedenis

    ik ben in elkaar geslagen toen je boos was
    ik heb drie dagen met een hersenschudding op de grond gelegen, en Erzulie heeft voor mij gezorgd
    ik heb stil gewacht toen je schreeuwde, en ik moest angst en angst en angst
    ik brak twee ribben en ik ben verkracht
    en toen ik gisteren in Sarajevo was
    zag ik mijn bloed in spetters op het marmer
    dat men heeft aangebracht om helden te herdenken
    ik ben gemerkt, geslagen en gegeten
    en verbrand op elke plek waar hout groeit

    mijn woorden hield ik vast, ik zei je niets
    zulke mannen weten van lengte, niet van ruimte

    toen zei ik: een oud Haitiaans spreekwoord zegt
    Bay kou, bliye. Pote mak, sonje.
    wie slaat, vergeet, wie het merkteken draagt, onthoudt

    wie geweld toebrengt, verliest
    wie van geweldpleging de ontvanger is
    wordt niet geofferd, maar ontvangt de kracht van woede
    en behoudt die in het lichaam, draagt die mee

    dit is de wet van behoud van energie
    dit zijn de werkelijke wetenschappen

    ik ben een onuitputtelijke bron
    ik ben een lichaam, een reservoir van woede
    ik heb woede in ontvangst genomen
    omdat ik vrij ben en een vrouw en ruimte
    al die woede, dat is energie, dat wist je niet
    ik, dank je, ik heb energie voor eeuwen
    ik kan de wereld helemaal herschrijven
    in termen van liefde en van adem
    mijn stem reikt van Diotima tot heden
    en ik
    spreek hier
    "de criticus houdt van het gedicht over de rode beuk
    maar de dichter houdt van de rode beuk"

    en toen
    kwam Natasja binnen

    dezelfde, die de bronzen beelden
    van verkrachtingen gemaakt heeft en gedragen
    zij zegt, als er in Groningen een vrouw verkracht wordt
    laad ik een van mijn beelden in mijn busje
    en ga het 's nachts neerleggen op die plek
    dan zal ik er die nacht bij waken, zei ik terug
    en voorlezen hardop, de hele nacht

    Natasja droeg een van haar beelden binnen
    en zette dat voorzichtig op mijn werkblad
    een Venus van Antwerpen, brons, bekleed met kracht
    als de Nikè van Samothrace
    die van Athena's hand naar voren vliegt
    het Louvre in en uit

    en toen

    er zat een man op de Pont des Arts met een fles Moët&Chandon en twee kristallen glazen
    er zat een man voor de tempel te Kuala Lumpur, met kralensnoeren van geurende jasmijnbloesem, en stijve stelen roze lotus
    er liep een nachtzwarte man naar mij toe in Iowa Mall, de baby op de arm, zijn zoon van twee rende voor hem uit, zag mij, en riep Superman! Superman!
    er lag een man te slapen naast de highway op het asfalt, het hoofd op zijn versleten grijze rugzak, hij wist de weg niet, hij heette Dionysos
    soms stuurt hij nog een e-mail uit Egypte
    er zit een man te zingen in Montréal, hij ziet mij niet, hij zingt voor de godin
    er staat een man op de Leidsegracht, in 1968, die zijn hoofd geheimzinnig glimlachend naar mij toedraait
    we gaan wat drinken als hij met de boot in Heeg ligt
    er staat een scherpschutter bij Dupont Circle op de uitkijk
    maar waar ik ook ben, ik kom niet terug

    veel plekken ben ik de-godin-zij-dank vergeten
    maar de sneeuw ligt hoog in Boston
    en de kastanjes vallen hoorbaar in Dreuzy
    maar er zit een man op de Vismarkt met het hoofd in de handen, lang nadat ik daar voorbij gelopen ben

    en als Natasja terugkeert
    en mij hetzelfde beeld in chocolade brengt
    ditmaal levensgroot
    de borsten in de hand, biedt deze chocolade Venus
    de wereld chocolade lafenis

    en als Athena terugkeert
    - maar godinnen zijn altijd aanwezig, roep mij en ik ben er (ik ben er)

    en als ik terugkom en weer woon in dit gedicht

    landt de sonde op Titan en zendt haar stormen uit door de ether
    wiegen de meerminnen in de golf van Atjeh totdat de dalende zwevende lichamen oplossen in parels en eencelligen
    branden de vuren van de oorlog in Baghdad tot as en verstuiven
    en bloeit er één enkele bloem
    een madeliefje
    op de plek waar ik straks begraven word
    dit is mijn grootste geluk
    pushing up daisies... more »

  • EASTER

    Someone must be the witness
    and arise when the body can no longer take the sorrow.

    I arise in due course,
    just like he, without any effort,
    and depart from my past time
    until I arrive in my body,
    my lair, the bed my soul has selected for itself.
    The battlefield, the captivity,
    the merging which will be marked for death,
    so that what I want to have said will happen to us,
    namely, notably
    the love, the life,
    the singularity, the day-to-day boasting, that I love you
    and will wash up tonight
    all the plates, all the cups
    and all that's all holy.
    Thus it shall be.
    The clean dishes in the cupboard.
    The towels hanging on the radiator.
    The world at my feet,
    the dead in the ground.

    And somewhere, going to seed, blossoming,
    a new garden
    and fresh earth.... more »

  • EEN REBÉTIKO VOOR FRANS VAN HASSELT

    vanmorgen stond ik in de lege keuken
    en ruimde alles op voor ik vertrok

    er was nog een halve fles olijfolie en 1 citroen
    dat is teveel citroen

    yorgos de kat sprong op het kozijn
    en keek me aan met amberkleurige ogen
    een geurende vissenkop is de liefste
    de kleuren van de hemel zijn de kleuren van de zee
    en de regen verdampt voor ze de straat raakt

    ik dronk niet het retsina-flesje leeg
    ik waste niet het mes uit Kreta af

    de bouzoukispeler zong: waar gaat de liefde naartoe als die verdwijnt
    en ik neuriede het melodietje mee

    misschien is Kim vannacht gaan dansen met die jongen uit de bar
    misschien bij volle maan al geeft geen Griek daarom

    er was nog een halve fles virgin olijfolie en 1 citroen
    dat is teveel citroen

    waar gaat de liefde naartoe als ze verdwijnt
    het hek sluit wel de poort maar niet de blik... more »

  • EVANGELIE

    1
    In den beginne was het woord en het woord was gras. Blauwgras, van hier tot aan de Drakenbergen, veerkrachtig buigend als de langlopende golven van de diepzee. Goudgeel gras, van de Drakenbergen tot aan de Slavenbaai, knisperend als rijpe maïs met de hondsdagen. En van de Slavenbaai tot hier, waar ik sta, de rossige pluimen van het rooigras, hoog na de regens op de savanne. De jachtluipaard rust in het rooigras.


    2
    Wees gegroet, schoonheid,
    eb van de liefde,
    doodtij van het lichaam.

    Koel als de nacht in een vliegtuig,
    in en uit ademt de slaaptijd,
    nacht in de ramen, een blauwe, deinende
    donkerte en de luiken geopend.
    Boeing zweeft zacht, bijna op de bodem
    van rillend zeewater, diep duizelende vadems.
    Er wuift een hand langs een raampje
    met een ring van roze poliepen en pareloester.
    Koel is de reis, de oneindige tijd
    en de nacht leeft.

    Wees gegroet, schoonheid,
    verbrand, verstrooid, stof
    langs de wegkant.

    Warm als de kleuren rood van de aarde,
    vurig vruchtbaar met ijzer en leem,
    houtkleur en pijnhars, vlam
    uitgeblust langs de stoffige wegen
    ligt tussen twee ogen een windroos, precies
    bloeit een schotwond.

    Wees gegroet, schoonheid,
    wit en goud in de bruidskamer,
    koel en gecapitonneerd als een doodskist.
    Wees gegroet,
    lichaam in het rooigras.


    3
    De andere jachtluipaard / staat op van de rustplaats / en nadert.... more »

  • GOSPEL

    1
    In the beginning was the word and the word was grass. Bluegrass, from here to the Dragon Mountains, buoyantly bending like the long rolling waves of the deep sea. Golden grass, from the Dragon Mountains to Slave Bay, crackling like ripe corn during the dog days. And from Slave Bay up to here, where I stand, the ruddy plumes of the rooigras, tall after the rains on the savannah. The cheetah rests in the rooigras.


    2
    Hail thee, beauty,
    ebb tide of love,
    neap tide of the body.

    Cool as the night in an aeroplane,
    in and out breathes the sleep time,
    night in the windows, a blue, swaying
    darkness and the hatches open.
    Boeing sails softly, almost at the bottom
    of shivering sea water, deep reeling fathoms.
    A hand waves along a window
    with a ring of pink polyps and pearl oyster.
    Cool is the journey, the infinite time
    and the night is alive.

    Hail thee, beauty,
    burnt, scattered, dust
    along the roadside.

    Warm as the red colours of the earth,
    fiery fertile with iron and clay,
    wood colour and pine resin, flame,
    extinguished along the dusty roads
    a compass rose lies between two eyes precisely
    a bullet wound flowers.

    Hail thee, beauty,
    white and gold in the bridal room,
    cool and padded like a coffin.
    Hail thee,
    body in the rooigras.


    3
    The other cheetah / rises from the lair / and approaches.... more »

  • I will make you an epitaph that everyone will know by heart

    for my father Frans Nicolaas de Rooij (1920-1996)
    in his lifetime church organist and naval architect
    i will make you an epitaph that everyone will know by heart

    within / i go on up / it is dark / and upstairs is
    the heaven of the church the shore of the sea the beach the ebb
    and in the splendid wet plain lies a water
    a bowl a source an upsurge i kneel and baptize

    both of my hands my flushed face you bring up the fresh water
    with calm and with control it fills my mouth my speech
    i bow i wash my brow i bathe the tears
    salt washes in fresh the ebb flows down my legs i sink a little in the wet wet sand

    the sea is behind me the spume lies at my head a cockle shell is open empty is white
    even while drinking i know that the sea
    the sea slowly returns she regains the metres she sucks and spews

    out the flotsam it lies high the spume rustles at my left right heel
    i am still drinking but the source becomes brackish you take up the theme you play
    the fugue / up on the stairs / and it is dark... more »

  • ik zal een grafschrift voor je maken dat iedereen van buiten kent

    voor mijn vader Frans Nicolaas de Rooij (1920-1996)
    in leven kerkorganist en scheepsbouwkundig ingenieur
    ik zal een grafschrift voor je maken dat iedereen van buiten kent

    van binnen / ik ga de trap op / het is donker / boven is
    de hemel van de kerk de oever van de zee het strand de eb
    en in de glanzend natte vlakte ligt een water
    een kom een bron een opwelling ik kniel en doop

    mijn beide handen mijn verhit gezicht je brengt het zoete water boven
    met kalmte en met kracht het vult mijn mond mijn taal
    ik buig mij was mijn wangen maak de tranen nat
    zout wast in zoet de eb stroomt langs mijn benen weg ik zink een beetje in het natte zand

    de zee is achter me het schuim ligt naast mijn hoofd een kokkelschelp is open leeg is wit
    al in het drinken weet ik dat de zee
    de zee komt langzaam terug ze neemt de meters in ze zuigt en spuugt

    het wrakhout uit het ligt al hoog het schuim ritselt aan mijn linker rechter hiel
    ik drink nog maar de bron wordt brak je neemt het thema terug je zet
    de fuga in / de trap op / het is donker... more »

  • MOEDER

    Je hart was niet aangetast.
    Je liefde voor mij had het bewaard voor de heldere dood.
    Je was blij dat je ging.

    We vierden het avondmaal met kleine glaasjes
    jenever, had ik bij me om wakker te blijven.
    C., die het recht heeft om te zegenen, zegende
    alledrie de drie glaasjes.

    Je zonk weg.
    Ik zag je ziel verdwijnen uit je ogen.
    Ik weet nu wat ‘brekend' betekent.

    Toen we thuiskwamen waren we echt heel vrolijk.
    Pas gisteren begin ik te huilen
    en kan niet meer ophouden.... more »

  • MOTHER

    Your heart was not affected.
    Your love for me had saved it for a lucid death.
    You were glad to be going.

    We celebrated the Supper with small glasses
    of gin, brought it along to stay awake.
    C, who has the right to bless, blessed
    all three of the three glasses.

    You faded away.
    I saw your soul leave your eyes.
    Deceasing, I feel what it means now.

    When we got home, we were really very merry.
    Only yesterday I start crying
    and cannot stop anymore.... more »

  • PASEN

    Iemand moet de getuige zijn
    en opstaan als het lichaam het verdriet niet meer kan innemen.

    Ik sta te zijner tijd op,
    net als hij, zonder enige moeite,
    en vertrek uit mijn verleden tijd
    totdat ik aankom in mijn lichaam,
    mijn legerstede, het bed dat mijn ziel voor zich gekozen heeft.
    Het slagveld, de gevangenschap,
    de samensmelting die ten dode wordt opgeschreven,
    zodat ons gebeurt wat ik gezegd wil hebben,
    namelijk, met name
    de liefde, het leven,
    de eigenheid, de grootspraak van alledag, dat ik je liefheb
    en vanavond zal afwassen
    alle borden, alle kopjes
    en alles wat allemaal heilig is.
    Zo moet het zijn.
    De schone vaat in de kast.
    De doekjes hangend aan de verwarming.
    De wereld aan mijn voeten,
    de doden in de grond.

    En ergens, uitbloeiend, bottend,
    een nieuwe tuin
    en verse aarde.... more »

  • PASSIE

    Zou de koning weleens op zijn tong bijten,
    denk ik, benauwd, voor de spiegel, bloed kwijlend
    als een vampier, warm rood, er kan geen pleister
    op, mijn eigen taal: kan mij openrijten,

    mijn ander ik ziet mij aan met verwijten
    die woordeloos moeten blijven en bijster
    weinig stelpen. Nu graag dringend een heiland
    die als bloedend doekje mijn schuld kan kwijten

    of zalig maken. Ik wil er af. Kiezen,
    ik hield de mijne op elkaar. Tot de dood
    toe, een intellectueel. Dat is al veel

    maar het werd nog mooier en rooier, een heel
    glas wijn, nee, twee, drie glazen, avondbloedrood
    en niets kon mij meer helpen als verliezen.... more »

  • PASSION

    Would the king himself ever bite on his tongue,
    I think, facing the mirror, slavering blood
    like a vampire, warm-red, where band-aid cannot
    be applied, my own language: leaves me undone,

    from my other me mute reproaches are flung
    which must remain wordless and can't stem the flood.
    For a saviour now, urgently please, oh god
    who, bleeding for me, rights the wrongs I have done

    or blesses them. I want off. As for choosing:
    I chose to keep mum, hold my tongue. Until death,
    an intellectual. That's great, such self-control

    but it became better and redder, a whole
    glass of wine, no, two or three, sunset blood red
    and there was no more help for me save losing.... more »

  • PSALM 22

    Als ik de deur van de koelkast opendoe
    staat de schimmel een centimeter op de melk.
    Het brood is groen en haast doorzichtig.
    Ik sluit de deur en leun met gesloten ogen
    tegen de verwarming.
    Ik heb zo ontzettend.
    Ik heb zo verschrikkelijk.
    Ik hield van hem.

    Toen hij wegging is er iets gescheurd.
    Nog steeds kan ik de geur van kokos niet verdragen
    zoals zijn haar rook, smeltend in mijn bed
    de kleine zwarte krullen en de vlekken.
    Ik ben vertrokken met bestemming onbekend
    totdat ik ook mijn eigen naam vergat.
    En nu.
    Ik doe de deur van de taal open
    en zie de roest van ongebruikte woorden.
    Hoe open ik opnieuw mijn boek met vuur?

    Toen hij wegging liet de sponning los.
    Ik keek naar mijn handen in het afwaswater
    en zag de scherven die er niet waren,
    de zeepbellen die langzaam opkwamen en wegdreven,
    het ene lege glas.

    Hij stuurt mij na jaren nog een e-mail:
    "Vandaag had iemand jouw parfum op,
    ik rook het in de universiteitsbibliotheek
    en heb een uur naar je gezocht terwijl ik wist
    dat je op acht vlieguren afstand was."

    Maar de taal die ik ben staat mij niet toe
    mijn tranen te beschrijven als drijfnat.
    Hoe wil je dan dat ik mij red, geliefde?
    Toen ik zei dat ik liefhad was het jij
    die in mij was. Een ander is er niet,
    jij bent de enige. Dat spreekt. Jij spreekt. Jij spreekt in mij
    en jij zegt ik en ik betekent aarde.

    Toen hij wegging is het vers gescheurd.
    Vanuit het gescheurde is het begonnen
    te bloeden tot het vleugels had
    en met de slagpennen de weg beschreef
    vanuit de diepten, de profundis, naar het licht.... more »

  • PSALM 22

    When I open the door of the refrigerator
    the mould on the milk is half an inch thick.
    The bread is green and almost translucent.
    I close the door and, eyes closed, lean
    against the radiator.
    I am so dreadfully.
    I am so terribly.
    I loved him.

    When he left, something was torn.
    I still cannot stand the smell of coconut
    the way his hair smelt, melting in my bed
    the little black curls and the stains.
    I left, destination unknown,
    until I also forgot my own name.
    And now.
    I open the door of the language
    and see the rust of unused words.
    How do I reopen my book with fire?

    When he left, something was torn.
    I looked at my hands in the washing-up water
    and saw the shards that were not there,
    the soap bubbles that slowly came up and floated away,
    the single empty glass.

    Years later he sends me an email:
    "Today someone wore your perfume,
    I smelt it at the university library
    and for a full hour looked for you, while knowing
    you to be eight flight hours away."

    But the language that I am does not allow me
    to describe my tears as soaking wet.
    How on earth do you want me to cope, beloved?
    When I said I loved it was you
    who was inside me. There is no other,
    you are the only one. That speaks for itself. You speak. You speak in me
    and you say I and I means earth.

    When he left something was torn.
    From what was torn it started
    to bleed until it had wings
    and with the quills described the way
    from the depths, de profundis, to the light.... more »

  • SEA VIEW

    He feeds me salmon as if it's fish, breaks the
    too thin, too white toast, and the salty scent of
    sea view, beach catch, somersaulting seagulls hangs
    in the wake of the fisherman, gives me the

    bedewed glass of gold-glowing, sparkling champagne
    from the windowsill. I'm a young that cries out
    and with his hand he presents me as devout
    as ever eternity. Eat, for you may

    need that if you want to accompany me
    on my way. The road is long, beyond the sea,
    we are going to walk, do you want to wear

    my dark blue coat which is warm and light, I hold
    on to your hand, will you always stay close
    to me? When we two are together we're home.... more »

  • THE LAW OF CONSERVATION OF ENERGY

    the day unfolded with the room a battlefield
    wineglasses shattered and a toppled-over bottle
    the mirror thousandfold, the vase with roses
    a direct hit which bleeding between papers
    curtains ripped off, and the tv still on
    my glasses broken on the floor by the glass table
    which, oddly enough, was still intact

    swans black, swans pale,
    out to fairies isle we'll sail
    fairies isle is closed
    the key to it is
    oh, look, the verb to scream is broken, sentences in half
    trampled deep into the carpet
    or written with a finger on the windowpane

    I am leaving, do you hear me, and I never will come back
    if you don't step aside, I‘ll smash you, so smash, you smashed
    a hole
    through which, a long way off I saw the night
    in 1942, when my father rode his bike
    from Den Haag to Eindhoven, got past the German lines
    in order to see his wife
    a love for a life that was too short
    a quarter-century later he was sitting at her bedside, she was still young, and died
    I see their hands, entwined in death,
    her life ebbing away beneath his face
    but how he got there in that winter's night
    during the occupation, captured, beaten
    and questioned, never did we find out later
    if he was traitor or had been betrayed
    of his resistance group virtually all were shot
    a burden which he carried in his body
    in vertebrae, smashed to pieces, the same deep breach

    that you smashed, that night

    the silver chain fell from between my clothes
    in a corner of the hall laid the silver pendant
    that you had ordered specially at Taurum goldsmiths

    the relationship is broken but not love, my child said casually
    my love is never broken, for
    "the critic loves the poem about the red beech tree
    but the poet loves the red beech tree"

    ask me anything you want, I'd said
    I can give anything away, my whole kingdom half, my body
    just not my talent, for that is on loan

    then I asked you, where were you, and you screamed for hours
    then I asked, but you weren't there, you were that night
    absent, but night was everywhere
    just like blood and sweat and vomit and snot, and more blood

    when the situation becomes unbearable
    most men fall asleep

    in the morning you were lying on the floor
    as if the world was turning and in all innocence
    you wanted to await the new day dreaming
    but dreaming you were not, you slept
    then I woke you up and said, go out of me
    if I am not safe within my body
    all rules of grammar will come disconnected
    the conjunction between earth and blood and language will be gone

    now leave
    give back to me the keys of love and of fear
    when I embody breaking, I am whole

    and thus
    my history is
    your history as well

    I have been beaten up when you were angry
    I have lain on the floor, concussed, for three whole days and Erzulie has looked after me
    I have waited wordlessly while you were screaming, and fear, fear, fear I had to
    I broke two ribs and I have been raped
    and when I was in Sarajevo yesterday
    I saw my blood in spatters on the marble
    applied in order to commemorate the heroes
    I have been marked, been hit, been eaten
    and burned in every place where wood grows

    my words I saved, I told you nothing
    such men know about length, not about space

    then I said: an old Haitian proverb says
    Bay kou, bliye. Pote mak, sonje.
    who hits, forgets, who bears the mark, remembers

    who inflicts violence, will lose
    who is of violence the recipient
    will not be sacrificed, but will receive the power of anger
    and will incorporate and carry it

    this is the law of conservation of energy
    these are the real sciences

    I am an inexhaustible source
    I am a body, a reservoir of anger
    anger has been handed over to me
    because I am free and a woman and space
    all that anger, it is energy, that you didn't know
    I, thank you, I have energy for centuries
    I can completely redefine the world
    in terms of love and of breath
    my voice reaches from Diotima to the present
    and I
    speak here
    "the critic loves the poem about the red beech tree
    but the poet loves the red beech tree"

    and then
    entered Natasja

    the same one who has made
    the bronze statues of rapes and carried them
    in Groningen, she says, when there's a woman raped
    I'll load one of my statues in my van
    to leave it at the place of rape by night
    then I'll keep vigil over it that night, I said
    and I will read aloud, all through the night

    Natasja carried one of her statues inside
    and carefully she placed it on my work top
    a Venus of Antwerp, cast from bronze, clad in power
    like the Nikè of Samothrace
    who from Athena's hand flies forward
    the Louvre to and fro

    and then

    a man was sitting on the Pont des Arts with a bottle of Moët&Chandon and two crystal glasses
    a man was sitting in front of the temple in Kuala Lumpur, with strings of fragrant jasmine blossoms, and stiff stems of pink lotus
    a man, dark as the night, was walking towards me in Iowa Mall, the baby on his arm, his two-year old son, running ahead, saw me and shouted Superman! Superman!
    a man was lying asleep on the tarmac beside the highway, head on his worn grey backpack, he didn't know the way, his name was Dionysos
    once in a while he sends an email from Egypt
    a man sits singing in Montreal, he doesn't see me, he is singing for the goddess
    a man is on the Leidsegracht, in 1968, mysteriously smiling he turns his head toward me
    we'll have a drink when he is with his sailing boat in Heeg
    a sniper is on the lookout at Dupont Circle
    but wherever I am, I am not coming back

    a lot of places I, thanks to the goddess, have forgotten
    but the snow is thick in Boston
    and the chestnuts are pattering down in Dreuzy
    but a man is sitting in the Vismarkt with his head in his hands, long after I will have walked past

    and when Natasja returns
    and offers me the same statue in chocolate
    lifesize this time
    breasts in hand, this chocolate Venus will provide
    the world with chocolate nourishment

    and when Athena returns
    - but goddesses are omnipresent, call me and I am here (I am here)

    and when I come back and will once again live in this poem

    the space probe will land on Titan and send its waves through the ether
    the mermaids will be swaying in the Gulf of Atjeh till the descending floating bodies dissolve in pearls and single-celled organisms
    the war fires in Baghdad will burn to ashes and be dispersed
    and just one single flower will bloom
    a daisy
    in the spot where I am to be buried
    this is my purest joy
    pushing up daisies... more »

  • WELCOME

    I call you, passer-by, I call you:
    the shining horizon.
    I stretch out my flowering grasses to you,
    I wave to you with plumes and petals and whirling pollen.
    From your feet to my farness flows a streamlet,
    clear and rippling
    it tells you which way,
    where you can find me.

    I am always there.
    I am wherever it is light
    and when it is dark, I have closed my eyes.
    But still you see me.
    I embrace you.
    I wrap my space around you like a cloak,
    I shelter you against the fear.
    You are not alone.

    You are on your way.
    And the way is always with you.... more »

  • WELKOM

    Ik roep je, voorbijganger, ik roep je:
    de stralende horizon.
    Ik strek mijn bloeiende grassen naar je uit,
    ik wuif naar je met pluimen en blaadjes en rondzwierend stuifmeel.
    Van jouw voeten naar mijn verte loopt een watertje,
    helder en rimpelend
    vertelt het je welke kant op,
    waar je me kunt vinden.

    Ik ben er altijd.
    Ik ben overal waar het licht is
    en als het donker is, heb ik mijn ogen dicht gedaan.
    Maar je ziet me wel.
    Ik omarm je.
    Ik leg mijn ruimte om je heen als een mantel,
    ik bescherm je tegen de angst.
    Je bent niet alleen.

    Je bent onderweg.
    En de weg is altijd bij je.... more »

  • ZEEZICHT

    Hij voert mij zalm alsof het vis is, breekt de
    te dunne, te blanke toast, en de geur van
    zeezicht, strandvondst, wemelende meeuwen hangt
    zout in het kielzog van de visser, geeft me

    het bedauwde glas goudgele champagne
    van de vensterbank. Ik ben een jong dat schreeuwt
    en hij reikt mij met de hand het eeuwige
    even ernstig als altijd. Eet, dat kun je

    weleens nodig hebben als je met mij op reis
    wilt gaan. De weg is lang, aan de zee voorbij,
    we gaan lopen, wil je mijn donkerblauwe

    mantel dragen, die is warm en licht, ik houd
    je hand vast, zul je altijd dicht bij mij
    blijven? Als we bij elkaar zijn zijn we thuis.... more »