DE TIEN GEDICHTEN VAN DE EENZAAMHEID II

Poem By Hugues C. Pernath

Als een verwante, met niemand heb ik de hoop gemeen
Met niemand de keuze van de liefde
Waarmee ik eenzaam leef, waarmee ik wankel
Bewegend maar bedwongen door het mateloze landschap
Waarin de dood de aren leest
Ons blijft alleen de tijd en niet het vluchten
En alles dat op de aarde beweegt,
Ons blijft de laatste reis van twee vermoeide mensen
Het afscheid nemen van de voldragen schoot.

Voorgoed.
Zoals iedereen het zag, zoals iedereen het hoorde
En zoals het ook iedereen zal vergaan
Naargelang de afstand naar de verte, de gloed
Doorheen de schaduwspelen van mijn schaduw.
Als een verwante versteen ik met de geur van de vrouw
En het verkrimpen van de kevers op het dodelijke mos.

Terwijl de waarheid het afgrijzen verwekt,
Een wilde wolk wordt, en wormen willekeurig
De eerste balk van ons huis doorboren,
Kom ik naar je toe en betast ik jouw kleren
Ik kus je, gebogen, gehurkt en verscheurd.
Opnieuw worden wij ouder en kleiner
En roekelozer in de gestage regen,
Waarin wij de rouw dragen voor de vele voorbije banden
Verder door de lage landen van de landerigheid.

Comments about DE TIEN GEDICHTEN VAN DE EENZAAMHEID II

There is no comment submitted by members.


5 out of 5
0 total ratings

Other poems of PERNATH

I am not sad, no tenderness attracts me

I am not sad, no tenderness attracts me,
No body will ever be able to feel mine
No other ear my confusion, my unease
In the speechless torment of language.

I no longer belong but control the trembling

I no longer belong but control the trembling
Ablaze and senile, sleepless in the past
In the things that have happened, the things
Of the days, I conjugate the pledges of pain

I dwelt in the corridors of come and go

I dwelt in the corridors of come and go
In the boundless dismay of tacky colours
Nothing's still true, no sun splits open.
No son will ever speak in this handful of life

In the loveless landscape of my solitude

In the loveless landscape of my solitude
No movement prevails that calms me, no rest
That consoles or dispatches me like a firstborn.
Proudly my blood translates the signs,

As a relative, I have hope in common with no one

As a relative, I have hope in common with no one
With no one the choice of love
With which I live alone, with which I stagger
Moving but subdued by the boundless landscape

In my strange sorrow I suspect petrifaction

In my strange sorrow I suspect petrifaction
Of many lives, sometimes the foulness of the source
The lily or the shady foliage.
Sometimes I suspect the trembling of your hands

Pablo Neruda

If You Forget Me