MOEDER

Poem By Maria van Daalen

Je hart was niet aangetast.
Je liefde voor mij had het bewaard voor de heldere dood.
Je was blij dat je ging.

We vierden het avondmaal met kleine glaasjes
jenever, had ik bij me om wakker te blijven.
C., die het recht heeft om te zegenen, zegende
alledrie de drie glaasjes.

Je zonk weg.
Ik zag je ziel verdwijnen uit je ogen.
Ik weet nu wat ‘brekend' betekent.

Toen we thuiskwamen waren we echt heel vrolijk.
Pas gisteren begin ik te huilen
en kan niet meer ophouden.

Comments about MOEDER

There is no comment submitted by members.


Rating Card

5 out of 5
0 total ratings

Other poems of MARIA VAN DAALEN

EEN REBÉTIKO VOOR FRANS VAN HASSELT

vanmorgen stond ik in de lege keuken
en ruimde alles op voor ik vertrok

er was nog een halve fles olijfolie en 1 citroen
dat is teveel citroen

yorgos de kat sprong op het kozijn
en keek me aan met amberkleurige ogen
een geurende vissenkop is de liefste
de kleuren van de hemel zijn de kleuren van de zee
en de regen verdampt voor ze de straat raakt

ik dronk niet het retsina-flesje leeg
ik waste niet het mes uit Kreta af

de bouzoukispeler zong: waar gaat de liefde naartoe als die verdwijnt
en ik neuriede het melodietje mee

misschien is Kim vannacht gaan dansen met die jongen uit de bar
misschien bij volle maan al geeft geen Griek daarom

er was nog een halve fles virgin olijfolie en 1 citroen
dat is teveel citroen

waar gaat de liefde naartoe als ze verdwijnt
het hek sluit wel de poort maar niet de blik

A REBÉTIKO FOR FRANS VAN HASSELT

this morning I stood in the empty kitchen
and cleared up things before I went away

there was half a bottle of olive oil left and 1 lemon
that is too much lemon

yorgos the cat jumped on the sill
and looked at me with amber-coloured eyes
an odourous fish head is the sweetest
the colours of the sky are the colours of the sea
and the rain vaporises before meeting the street

I didn't finish the retsina bottle
I didn't clean the knife from Crete

the bouzouki player sang: where does love go to when it disappears
and I hummed along with the soft melody

perhaps tonight Kim has gone dancing with that young man from the bar
perhaps at full moon although Greeks don't care about that

there was half a bottle of virgin olive oil left and 1 lemon
that is too much lemon

where does love go to when she disappears
the gate does close the gateway not the look

WELKOM

Ik roep je, voorbijganger, ik roep je:
de stralende horizon.
Ik strek mijn bloeiende grassen naar je uit,
ik wuif naar je met pluimen en blaadjes en rondzwierend stuifmeel.
Van jouw voeten naar mijn verte loopt een watertje,
helder en rimpelend
vertelt het je welke kant op,
waar je me kunt vinden.

Ik ben er altijd.
Ik ben overal waar het licht is
en als het donker is, heb ik mijn ogen dicht gedaan.
Maar je ziet me wel.
Ik omarm je.
Ik leg mijn ruimte om je heen als een mantel,
ik bescherm je tegen de angst.
Je bent niet alleen.

Je bent onderweg.
En de weg is altijd bij je.

WELCOME

I call you, passer-by, I call you:
the shining horizon.
I stretch out my flowering grasses to you,
I wave to you with plumes and petals and whirling pollen.
From your feet to my farness flows a streamlet,
clear and rippling
it tells you which way,
where you can find me.

I am always there.
I am wherever it is light
and when it is dark, I have closed my eyes.
But still you see me.
I embrace you.
I wrap my space around you like a cloak,
I shelter you against the fear.
You are not alone.

You are on your way.
And the way is always with you.

EVANGELIE

1
In den beginne was het woord en het woord was gras. Blauwgras, van hier tot aan de Drakenbergen, veerkrachtig buigend als de langlopende golven van de diepzee. Goudgeel gras, van de Drakenbergen tot aan de Slavenbaai, knisperend als rijpe maïs met de hondsdagen. En van de Slavenbaai tot hier, waar ik sta, de rossige pluimen van het rooigras, hoog na de regens op de savanne. De jachtluipaard rust in het rooigras.


2
Wees gegroet, schoonheid,
eb van de liefde,
doodtij van het lichaam.

Koel als de nacht in een vliegtuig,
in en uit ademt de slaaptijd,
nacht in de ramen, een blauwe, deinende
donkerte en de luiken geopend.
Boeing zweeft zacht, bijna op de bodem
van rillend zeewater, diep duizelende vadems.
Er wuift een hand langs een raampje
met een ring van roze poliepen en pareloester.
Koel is de reis, de oneindige tijd
en de nacht leeft.

Wees gegroet, schoonheid,
verbrand, verstrooid, stof
langs de wegkant.

Warm als de kleuren rood van de aarde,
vurig vruchtbaar met ijzer en leem,
houtkleur en pijnhars, vlam
uitgeblust langs de stoffige wegen
ligt tussen twee ogen een windroos, precies
bloeit een schotwond.

Wees gegroet, schoonheid,
wit en goud in de bruidskamer,
koel en gecapitonneerd als een doodskist.
Wees gegroet,
lichaam in het rooigras.


3
De andere jachtluipaard / staat op van de rustplaats / en nadert.

GOSPEL

1
In the beginning was the word and the word was grass. Bluegrass, from here to the Dragon Mountains, buoyantly bending like the long rolling waves of the deep sea. Golden grass, from the Dragon Mountains to Slave Bay, crackling like ripe corn during the dog days. And from Slave Bay up to here, where I stand, the ruddy plumes of the rooigras, tall after the rains on the savannah. The cheetah rests in the rooigras.


2
Hail thee, beauty,
ebb tide of love,
neap tide of the body.

Cool as the night in an aeroplane,
in and out breathes the sleep time,
night in the windows, a blue, swaying
darkness and the hatches open.
Boeing sails softly, almost at the bottom
of shivering sea water, deep reeling fathoms.
A hand waves along a window
with a ring of pink polyps and pearl oyster.
Cool is the journey, the infinite time
and the night is alive.

Hail thee, beauty,
burnt, scattered, dust
along the roadside.

Warm as the red colours of the earth,
fiery fertile with iron and clay,
wood colour and pine resin, flame,
extinguished along the dusty roads
a compass rose lies between two eyes precisely
a bullet wound flowers.

Hail thee, beauty,
white and gold in the bridal room,
cool and padded like a coffin.
Hail thee,
body in the rooigras.


3
The other cheetah / rises from the lair / and approaches.

Pablo Neruda

If You Forget Me