Two crows. A man and a woman

Poem By Kreek Daey Ouwens

Two crows. A man and a woman, hand
in hand. An old man accustomed to his
stick. A few yards away, two tall trees
their branches entwined. I see
togetherness. I think, togetherness.
Between the houses facing each other
the water of the river always changing
yet always remaining the same. Ships
say greet each other. Short. Long.

My eyes can't see in the dark, love.
Plain aching. Plain longing.
Whoever wants me, can have me now!

Tell me about little bear.
Little bear. There is a tender sadness
in all the stories about him. Days which make you
think of the past. You lie in the warm grass.
You forget to play. You dream. There are
no other flowers just daisies. On your mother's hat
soft feathers wave . . .

Comments about Two crows. A man and a woman

There is no comment submitted by members.


5 out of 5
0 total ratings

Other poems of KREEK DAEY OUWENS

Een jonge moeder met donker haar staat

Een jonge moeder met donker haar staat
bij het fornuis. Een korte, met de hand
genaaide schort, gekruiste banden over
haar rug. De tint van zeep. Het licht
is aangenaam, het soort licht dat geen
pijn doet aan je ogen. Tegen de muur ach-
ter de tafel staat een lage bank, en er
is zo weinig ruimte dat de kinderen naar
hun plaats moeten klimmen. Aan de andere
kant staan de stoelen van de volwassenen,
in een rechte lijn, alsof ze vol overgave
spelen dat ze soldaat zijn, of kapitein.

De vader heeft een tas, die hij vastmaakt
aan de stang van zijn fiets. Elke ochtend
gaat hij om acht uur door de fabriekspoort,
en 's avonds weer terug naar huis. Op zon-
dag haalt hij uit de tas een pen met vier
kleuren en een stapel papier. Dan maakt
hij de roosters voor de continudiensten.
Het is niet gemakkelijk de vader in de
ogen te kijken.

A young mother, dark haired

A little girl, Bee learns a new language
at school. Words she did
not know existed, are much softer
than the dialect of her birthplace.
‘Violin. Shadow. Echo.' She discovers
a barrel of secrets. Not just the name,
but also the appearance of things
changes. ‘Mother' becomes a
big lady. Words touch on a
deep longing in herself about which,
she might already know, there's little is to be
done. A daydreaming, an inexplicable
stiring, a language which
takes the breath away. Snow twinkles, a river is
silent, a waterfall crashes down,
lightning strikes. Bee takes the books
home and reads them at the kitchen table.
In the same space her brothers
and sisters play. There is a zinc tub
where her mother is doing the washing. Slosh.
The slop of a mop. When Bee
reads out the words her voice
changes. She picks up the book and goes
outside with it. Leaving the others with
strange impressions. She knows it.

The snow-covered grass twinkles in
the sunlight. A gossamer fine feather
sticks with its point into the frozen ground. Bee pulls it
out. Its point breaks off. With the stump
she draws lines in the snow. The lines interrelate,
as if automatically, become
letters. She bends so often, so deep
as to get dizzy. The feather in her hands
seems to come to life, a small bird, the
lone witness of silent letters.
Silence. That is silence. Covered
with snow and ice.

HUWELIJK

Haar hoofd is haar te klein geworden,
maar de televisie vindt ze fantastisch!
De paus is fantastisch! Hij kust de grond,
zacht als een mot. Elke week stuurt ze hem
een brief: ‘Paus, Rome.'

Hij heeft het oude gezicht van een jongetje,
en hij droomt van de liefde. Elke ochtend
vult hij de kruiswoordpuzzle in uit de krant,
en daarna dwingt hij zichzelf tot de orde van
de dag.

Samen hebben ze een klein katje dat een oog
is kwijtgeraakt door een steentje uit een
katapult.

MARRIAGE

Her head has become too small for her,
but she finds television fantastic!
The Pope is fantastic! He kisses the ground,
softly like a moth. Every week she sends him
a letter: ‘Pope, Rome'.

He has the old face of a small boy,
and he dreams about love. Every morning
he does the crossword in the newspaper
and then urges himself on to the order of
the day.

Together they have a little kitten which lost
an eye to a stone thrown from a
catapult.

Het kleine meisje Bee leert op school

Het kleine meisje Bee leert op school
een nieuwe taal. Woorden waarvan ze het
bestaan niet kende, die zoveel zachter
klinken dan het dialect van haar geboor-
teplaats. ‘Viool. Schaduw. Echo.' Een
vat vol geheimen ontdekt ze. Niet alleen
de naam, maar ook het uiterlijk van de
dingen verandert. ‘Moeder' wordt een
grote vrouw. De woorden raken aan een
diep verlangen in haarzelf, waarvan ze
misschien al weet dat daar niet veel aan
te doen is. Een dagdromen, een onverklaar-
bare opwinding, een taal die de adem be-
neemt. Sneeuw schittert, een rivier is
stil, een waterval stort neer, bliksem
komt naar beneden. Bee neemt de boekjes
mee naar huis en leest ze, zittend aan
de keukentafel. In dezelfde ruimte spelen
haar broertjes en zusjes. Een zinken teil
staat waar haar moeder de was doet. Geplas.
Het morsen van een dweil. Als Bee de woor-
den hardop uitspreekt krijgt ze een andere
stem. Ze pakt het boek op en loopt ermee
naar buiten. Vreemde sporen laat ze achter
bij de anderen. Dat weet ze.

Het met sneeuw bedekte gras schittert in
de zon. Een ragfijne veer steekt met zijn
punt in de bevroren grond. Bee trekt hem
eruit. De punt breekt af. Met de stompe
kant trekt ze strepen in het wit. De
strepen krijgen als vanzelf een onderling
verband, worden letters. Zo vaak en zo
diep buigt ze naar de grond dat ze er dui-
zelig van wordt. De veer in haar hand lijkt
tot leven te komen, een kleine vogel, de
enige getuige van de zwijgende letters.
Zwijgen. Zo is het zwijgen. Daar ligt
sneeuw op en ijs.

A little girl, Bee learns a new language

A little girl, Bee learns a new language
at school. Words she did
not know existed, are much softer
than the dialect of her birthplace.
‘Violin. Shadow. Echo.' She discovers
a barrel of secrets. Not just the name,
but also the appearance of things
changes. ‘Mother' becomes a
big lady. Words touch on a
deep longing in herself about which,
she might already know, there's little is to be
done. A daydreaming, an inexplicable
stiring, a language which
takes the breath away. Snow twinkles, a river is
silent, a waterfall crashes down,
lightning strikes. Bee takes the books
home and reads them at the kitchen table.
In the same space her brothers
and sisters play. There is a zinc tub
where her mother is doing the washing. Slosh.
The slop of a mop. When Bee
reads out the words her voice
changes. She picks up the book and goes
outside with it. Leaving the others with
strange impressions. She knows it.

The snow-covered grass twinkles in
the sunlight. A gossamer fine feather
sticks with its point into the frozen ground. Bee pulls it
out. Its point breaks off. With the stump
she draws lines in the snow. The lines interrelate,
as if automatically, become
letters. She bends so often, so deep
as to get dizzy. The feather in her hands
seems to come to life, a small bird, the
lone witness of silent letters.
Silence. That is silence. Covered
with snow and ice.